Actieplannen | Analyse

Brussels actieplan tegen racisme – Vooruitgang, maar veel gemiste kansen

Brussel, 16 december 2022

Het Brussels actieplan bevat interessante mogelijkheden om structureel racisme te bestrijden, mits er de budgetten beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering. Niettemin betreurt de NAPAR Coalitie, die bijna heel het Belgische antiracistische middenveld vertegenwoordigt, dat vrijwel geen enkele van haar suggesties over de eerste versie van het plan in aanmerking is genomen.

 De NAPAR Coalitie verwelkomt het initiatief van de Brusselse regering om een regionaal actieplan tegen racisme te lanceren. Hoewel meer dan de helft van de acties gericht is op bewustmaking (opleiding, campagnes, enz.), heeft het plan de verdienste dat het structureel racisme aanpakt en een belangrijke plaats toekent aan intersectionaliteit.

 Op papier lijken de vorderingen op het gebied van praktijktesten op de huurmarkt reëel; de betrokkenheid van acteurs bij de uitvoering van de praktijktesten moet het mogelijk maken discriminatie in alle fasen van het huren van een woning na te gaan. Het valt echter nog te bezien of het aantal uitgevoerde praktijktesten en de opgelegde sancties significant zullen toenemen. De aanwerving van drie extra inspecteurs, reeds meer dan een jaar geleden, zal niet volstaan. Wij vrezen eens te meer dat de verbetering van het kader voor praktijktesten op papier in de praktijk tot weinig resultaat zal leiden.

 Wat de praktijktesten op de arbeidsmarkt betreft, is het weliswaar positief dat men ze proactiever wil maken via academische praktijktesten en proactieve praktijktesten door de arbeidsinspecties of acteurs. Het is echter niet duidelijk welke sancties getroffen kunnen worden, noch welk budget ervoor zal worden vrijgemaakt. Wij zouden het zeer moeilijk kunnen uitleggen aan onze achterban dat de overheid de omvang van de discriminatie wil meten, maar zich niet de nodige middelen geeft om eventuele inbreuken te bestraffen, noch het budget om voldoende praktijktesten te voeren. Des te meer omdat het aantal uitgevoerde tests hoogstwaarschijnlijk ver onder de verwachtingen zal blijven. Zal het arbeidsauditoraat, dat voor elke praktijktest groen licht moet geven, het tempo kunnen aanhouden of zal het een grote rem vormen, zoals reeds het geval was voor de praktijktesten op federaal niveau?

Een vreemd begrip van participatie

De NAPAR Coalitie heeft op dit alles gewezen toen ze het actieplan in eerste lezing ontving. Maar het participatieproces dat tot het plan heeft geleid, was in meerdere opzichten gebrekkig.

Hoewel de NAPAR Coalitie heeft kunnen deelnemen aan de Assisen tegen racisme van het Brussels Parlement, is zij sindsdien niet meer echt gehoord of geconsulteerd geweest. Het is niet dat we zelf niet geprobeerd hebben om advies te geven. Eind september stuurden wij een diepgaande analyse van 40 bladzijden van de eerste versie van het actieplan, met beargumenteerde verbetersuggesties, actie per actie. Vervolgens hebben wij voorgesteld de verschillende kabinetten te ontmoeten om dit te bespreken. Het enige antwoord dat wij kregen was dat “onze suggesties werden bestudeerd” of dat wij in december – dus na de lancering van het actieplan – samen konden komen.

Afgezien van de oprichting van een regionale antiracismeraad, die slechts gedeeltelijk beantwoordt aan wat wij vragen (zie hieronder), is uiteindelijk tussen de eerste lezing van het plan en de definitieve versie met bijna geen enkel voorstel rekening gehouden. Hooguit werd het antiracistische middenveld toegevoegd als partner voor sommige acties. Mogen we eraan herinneren dat echte participatie vooral gemeten wordt aan het resultaat, en niet alleen aan het gevoerde proces?

Zal het plan islamofobie aanpakken?

De NAPAR Coalitie had voorgesteld om criteria van religieuze of filosofische overtuiging toe te voegen aan de zogenaamde “raciale” criteria, zodat de maatregelen van het plan ook islamofobie zouden kunnen aanpakken. Dit zal niet het geval zijn. Toch staat er veel op het spel. Islamofobie is een van de gezichten van racisme in Brussel. Of het nu gaat om haatmisdrijven, discriminatie bij aanwerving, op de werkplek, op de huurmarkt of op institutioneel niveau – door het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens in overheidsdiensten, dat de deelname van met name moslimvrouwen belemmert, waardoor dit groeiende probleem een genderdimensie krijgt. Om deze afwezigheid te rechtvaardigen, verschuilt de staatssecretaris voor Gelijke Kansen – die verklaarde dat zij er persoonlijk niets op tegen heeft om deze kwestie te bespreken – zich achter zogenaamde meningsverschillen binnen het antiracistische middenveld. We herinneren eraan dat de NAPAR Coalitie, waarin het grootste deel van dit middenveld is verenigd, hierover eensgezind is. Het is de verantwoordelijkheid van de Brusselse regering dat ze ervoor gekozen heeft zich aan te sluiten bij de minderheid die ertegen is. We betreuren dit ten zeerste.

Daarom stellen wij voor om – al is het maar voor enkele jaren – het dragen van levensbeschouwelijke tekens in het openbare ambt toe te staan, zodat de werkelijke problemen geval tot geval kunnen worden beoordeeld en opgelost, en dus concrete situaties kunnen worden vastgesteld waarvoor geen andere oplossing bestaat dan een meer algemeen verbod voor een bepaalde dienst.

Naar een zowel kwalitatieve als kwantitatieve evaluatie van de uitvoering van de acties?

Wij hebben vele andere concrete voorstellen gedaan: een diversifiëring van de sancties voor verhuurders, de invoering van een controlemechanisme op de naleving van antidiscriminatieclausules in het huishoudelijk reglement van rusthuizen, het voorzien van extra stimulansen om positieve acties te voeren om mensen die ondervertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen… Niets hiervan is weerhouden.

Wat de evaluatie van de acties betreft, is het weliswaar een goede zaak dat de regering voor elke actie indicatoren heeft vastgelegd. We hebben echter ook concrete kwalitatieve indicatoren voorgesteld. Wij merken op dat de regering de acties hoofdzakelijk kwantitatief zal evalueren. Het slagen van een actieplan kan echter niet alleen worden gemeten op basis van het aantal vormingen, meldingen of views van een campagnevideo. Het wordt vooral geëvalueerd op basis van het werkelijke effect van deze vormingen en video’s en de kwaliteit van de follow-up van een melding. Wij hopen dat er op dit vlak nog stappen gezet zullen worden.

De samenstelling en de werking van de regionale antiracismeraad zullen doorslaggevend zijn

Ten slotte kondigt het actieplan de oprichting aan van een regionale antiracismeraad. Wij zijn positief over dit voorstel, zeker omdat het, zoals het actieplan het aangeeft, beantwoordt aan een verzoek van de antiracistische sector.

Wij moeten hier duidelijk maken dat hetgeen wordt voorgesteld slechts gedeeltelijk aan onze vraag beantwoordt.

1. Wij vroegen de oprichting een regionale raad voor etnisch-culturele minderheden. Hun organisaties vormen de kern van wat wij onder het “antiracistische middenveld” verstaan en moeten worden erkend als de centrale legitieme actoren in elk beleid ter bevordering van gelijkheid. Voor de NAPAR Coalitie zou de oprichting van een dergelijke raad een vorm van erkenning van deze rol moeten inhouden. Zonder overmatig te willen focussen op de naam van de raad zelf, vestigen wij de aandacht op haar samenstelling. Hoewel de aangekondigde deelname van Brupartners en academici deze raad kan versterken, is het van essentieel belang dat de verenigingen van doelwitten van verschillende vormen van racisme de meerderheid van de raad vormen, al was het maar om de legitimiteit van deze nieuwe instelling in de ogen van de betrokkenen te waarborgen: zij moeten deze raad als hun raad kunnen beschouwen.

 2. Voor de NAPAR Coalitie is de strijd tegen racisme onlosmakelijk verbonden met de bevordering van culturele diversiteit. Het gaat er ook om dat het overheidsbeleid inhoud geeft aan de statistische multiculturaliteit van Brussel. Daarom is het belangrijk dat de samenstelling van de nieuwe raad representatief is voor deze multiculturaliteit.

 Wat het Brussels actieplan betreft, blijft waakzaamheid geboden: het actieplan dat er komt heeft zeker hoge ambities, maar het moet vooral de middelen hebben om die te verwezenlijken. Onze aanbevelingen zijn vooral ingegeven door de noodzaak om concrete maatregelen uit te voeren die leiden tot meetbare en positieve resultaten voor mensen die door racisme worden getroffen, op alle niveaus.

 Contact: Thomas Peeters, co-coördinator NAPAR Coalitie 0499 618 277, move4napar@gmail.com

 

Vergelijkbare berichten