Analyse | Regeerakkoorden

Federale regering | Analyse regeerakkoord

Samenvatting

Het regeerakkoord van de federale Belgische regering getuigt van grote ambitie op het vlak van werkgelegenheid en budgettaire sanering, maar blijft vaag als het gaat om de strijd tegen discriminatie. Nochtans vormen deze discriminaties een belangrijke hinderpaal voor het realiseren van de sociaal-economische en volksgezondheids-doelstellingen van de regering. Een doeltreffende bestrijding van racisme, seksisme en andere vormen van discriminatie is essentieel om de toegang tot werk te verbeteren, de druk op de sociale zekerheid te verlagen en gelijke kansen te garanderen.

Een interfederaal actieplan, maar met welke inhoud?

De regering verbindt zich ertoe om een interfederaal actieplan uit te werken in overleg met het middenveld. Toch wordt er nauwelijks een andere concrete federale maatregel tegen racisme aangekondigd, en de vermindering van de financiering van Unia (-25%) lijkt haaks te staan op deze ambitie.

De vorige poging om een interfederaal plan (2020-2024) te ontwikkelen mislukte, onder meer door meningsverschillen over de methodologie. De NAPAR Coalitie identificeert meerdere prioriteiten om een nieuwe mislukking te vermijden:

  • Het vertrouwen herstellen na het mislukken van de vorige onderhandelingen.
  • Een flexibele methodologie die autonomie en coherentie tussen de beleidsniveaus toelaat (lees ons voorstel van gedetailleerde methodologie).
  • Dit dossier de nodige politieke prioriteit geven.

Er zijn twee opportuniteiten:

  • Dezelfde partijen zetelen in meerdere regeringen (spiegelcoalities)
  • Er is al veel voorbereidend werk geleverd tijdens de vorige legislatuur.
Methodologie voor een doeltreffend actieplan

We zien volgende randvoorwaarden om de slaagkansen van het actieplan te verhogen:

  • Het voorbereidende werk van de vorige legislatuur volop benutten.
  • Een snelle opstart van de werkzaamheden, met voortzetting van lopende acties.
  • Een pragmatische aanpak die autonomie voor de regeringen combineert met regelmatige interfederale coördinatievergaderingen.
  • Duidelijke indicatoren en een strikte opvolging om de impact van de acties te meten.
  • Actieve betrokkenheid van het middenveld en van de doelwitten van racisme, via een echt participatief proces.
Nu reeds zijn er maatregelen mogelijk

In afwachting van de implementatie van het interfederaal actieplan zou de federale regering nu al actie kunnen ondernemen binnen haar bevoegdheden. Onder meer als volgt:

  • De strijd tegen discriminatie bij aanwerving versterken via praktijktesten en sancties.
  • Het goede voorbeeld geven als werkgever, met positieve acties, een audit van de aanwervingsprocedures en het toelaten van levensbeschouwelijke tekens in het uniform van ambtenaren.
  • Het welzijn op het werk verbeteren, onder meer door racistische of seksistische agressie te voorkomen.
  • Gelijke toegang tot gezondheidszorg garanderen door structurele drempels weg te nemen.
  • Strijden tegen etnisch profileren, met meer betrokkenheid van het middenveld bij het opstellen van richtlijnen voor controles.
  • Coördinatiemechanismen creëren voor andere vormen van racisme, zoals dat al bestaat voor antisemitisme.
Interfederaal actieplan: leren van de bestaande actieplannen

Sinds 2022 hebben verschillende regeringen aparte actieplannen gelanceerd. De evaluatie van deze plannen legt verschillende tekortkomingen en verbeterpunten bloot:

  • Weinig echte inspraak van het middenveld.
  • Een onvolledige methodologie, behalve bij het Brusselse plan, dat wel indicatoren, budgetten en partners vermeldt (lees de gedetailleerde analyse van de bestaande actieplannen).
  • Vaak weinig ambitieuze maatregelen, eerder gericht op interculturele dialoog dan op de bestrijding van structureel racisme.
  • Een ondoorzichtige en gebrekkige opvolging, met weinig of geen evaluaties, een beperkte of ontbrekende betrokkenheid van het middenveld en een gebrek aan transparantie over budgetten en realisaties.
  • Weinig uitgevoerde acties.

Terwijl het middenveld aan strikte voorwaarden moet voldoen om subsidies te krijgen, passen overheden deze standaarden niet toe op de evaluatie van hun eigen beleid.

Conclusie

Een doeltreffende bestrijding van racisme vereist een sterk politiek engagement, concrete acties en een nauwgezette methodologie voor het interfederaal actieplan.

De betrokkenheid van het middenveld, een transparante opvolging van de maatregelen en een participatieve methodologie zijn essentieel om een nieuwe mislukking van het actieplan te vermijden en een echte impact te hebben op het terrein.

Volledige analyse


Inleiding

Het regeerakkoord van de federale regering wordt gekenmerkt door een paradox.

Aan de ene kant stelt de federale regering bijzonder ambitieuze doelstellingen op het vlak van werkgelegenheid, het hervormen van de pensioenen, het activeren van werkloze mensen en de budgettaire sanering. Er worden talrijke concrete maatregelen op dit vlak voorzien: een pensioenhervorming, de beperking van de werkloosheid in de tijd, een verlaging van de werkgeversbijdragen, enz.

Aan de andere kant is het regeerakkoord veel vager en beknopter over de strijd tegen racisme, seksisme, homofobie…

Deze uitsluitings-, stigmatiserings- en discriminatiemechanismen vormen nochtans een belangrijke belemmering voor het bereiken van de sociaal-economische doelstellingen van de regering.

Hoe kan men bijvoorbeeld een werkgelegenheidsgraad van 80% behalen of de druk op de sociale zekerheid verlagen zonder doeltreffende maatregelen tegen discriminatie? Hoe kan men het aantal langdurig zieke mensen verminderen zonder in te grijpen op een van de belangrijkste oorzaken van uitputting en gezondheidsproblemen? Discriminatie maakt letterlijk ziek.

Gelijke kansen zijn dus niet alleen een kwestie van sociale rechtvaardigheid. Ze zijn ook een sociaal-economisch vraagstuk en een volksgezondheidskwestie. De regering heeft dus veel te winnen door resoluut in te grijpen tegen de anti-economische en antisociale logica van racisme, seksisme, homofobie en discriminatie op basis van leeftijd of handicap. Dit geldt niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook voor haatzaaien en haatmisdrijven, gezondheidszorg, politie enz.

Wat betreft de aanpak van racisme is het meest concrete element in het regeringsakkoord het volgende:

In overleg met het middenveld en de bevoegde gelijkheidsorganen ontwikkelen we een ambitieus interfederaal actieplan tegen racisme, discriminatie en onverdraagzaamheid.

De regering verduidelijkt echter niet welke federale maatregelen zij in dit actieplan zal opnemen. De enige maatregelen die enigszins betrekking hebben op racisme, hebben betrekking op de onderrapportage van discriminatie en geweld op basis van “de individualiteit van een persoon”.

De regering is van plan om :

  • de drempel voor het indienen van klachten te verlagen,
  • de toegang tot de politie en de contactpunten te verbeteren en de kwaliteit van de registratie van klachten te verhogen,
  • het aantal contactpunten te vereenvoudigen,
  • de contactpunten beter bekend te maken.

Tegelijkertijd zal de regering de financiering van Unia met 25% verlagen – het equivalent van 30 voltijds equivalenten. Dit is een verrassende keuze voor een regering die zich verheugt dat België “steeds koploper geweest is wanneer het gaat over inclusie en gelijke kansen.”

De beleidsverklaring van minister Rob Beenders over Gelijke Kansen bevat enkele aanvullende elementen:

  • Interfederaal actieplan: de minister zal ‘een gemeenschappelijke methodologie voorstellen om het maatschappelijk middenveld te raadplegen, transversale maatregelen op te nemen en de samenhang tussen de verschillende gebieden te waarborgen, terwijl autonomie en flexibiliteit worden gelaten aan elk van de entiteiten van de staat, zodat we snel tot een akkoord kunnen komen.“
  • Structurele financiering van het middenveld in de strijd tegen racisme: hij zal deze financiering voortzetten, met een jaarlijkse evaluatie.
  • Arbeidsmarkt: de regering zal “maatregelen nemen om de arbeidsmarkt toegankelijker en diverser te maken” en benadrukt de voorbeeldfunctie van de overheid op dit gebied.
  • Haatzaaien en Artificiële Intelligentie: de regering zal onderzoeken welke maatregelen genomen kunnen worden en hoe de Europese wetgeving, de Digital Service Act, kan worden geïmplementeerd.
  • Strijd tegen antisemitisme: de minister zal het coördinatiemechanisme voor de strijd tegen antisemitisme ondersteunen.
  • Evaluatie van antidiscriminatiewetgeving: hij zal toezien op de uitvoering van de aanbevelingen uit de laatste evaluatie van deze wetgeving en vervolgens een nieuwe evaluatie uitvoeren.

Analyse van de maatregelen

Voor de bestrijding van racisme richt de regering zich voornamelijk op de opstelling van een interfederaal actieplan. Alles daarvan laten afhangen is een groot risico, want België heeft zich al bijna 25 jaar geëngageerd om dit actieplan te ontwikkelen. De laatste – en enige echte – poging, geïnitieerd door de regering Wilmès in 2020, leidde tot een volledige blokkade na meer dan drie jaar onderhandelingen.

Toch was de opstelling van het plan al ver gevorderd. Na overleg met het maatschappelijk middenveld hadden de administraties een eerste versie van de inhoud van het plan opgesteld. Op basis hiervan had elke regering amendementen geformuleerd en de acties goedgekeurd die zij zelf zou uitvoeren. Pas in de laatste rechte lijn mislukten de onderhandelingen door meningsverschillen over de methodologie van het plan.

Hoe een herhaling van dit scenario vermijden? De NAPAR Coalitie ziet drie prioriteiten en twee opportuniteiten om dit te bereiken:

Prioriteiten

  1. Het herstellen van het vertrouwen, dat werd beschadigd door het falen van de eerdere onderhandelingen.
  2. De capaciteit om op korte termijn een akkoord te bereiken over een flexibele, realistische en effectieve methodologie. Deze methodologie dient veel autonomie te geven aan de betrokken partijen en de grootste gemeenschappelijke deler van de verschillende visies op antiracisme te vinden. Lees het gedetailleerde voorstel van de NAPAR Coalitie voor de methodologie.
  3. De politieke prioriteit die aan dit dossier wordt gegeven door de regeringen.

Opportuniteiten

  1. De spiegelcoalities: de aanwezigheid van de vijf partijen van de federale meerderheid in de meeste gemeenschaps- en gewestelijke regeringen (MR en de Engagés in de Waalse, FWB – en waarschijnlijk – Brusselse regeringen, N-VA, CD&V en Vooruit in Vlaanderen).
  2. Het feit dat we niet van nul hoeven te beginnen.

Wat betreft dit laatste punt kunnen de regeringen verder bouwen op het voorbereidend werk dat tijdens de vorige legislatuur is verricht.

  1. Er zijn veel lessen te trekken uit de vorige onderhandelingen: goede praktijken, verbeterpunten, vermijdbare fouten…
  2. De geproduceerde documenten (lijsten met potentiële maatregelen, werkdocumenten, rapporten…) zijn een schat aan informatie voor de ontwikkeling van het interfederale actieplan.
  3. De federale regering, het Brussels Gewest, het Waals Gewest en de Fédération Wallonie-Bruxelles hebben op basis van dit werk hun eigen maatregelen of actieplannen tegen racisme gelanceerd. Deze plannen zijn ook zeer leerrijk. Lees de analyse van de bestaande actieplannen

De vorige regering had een nieuwe subsidielijn geopend voor de structurele financiering van het middenveld om de strijd tegen racisme te bevorderen. Erkende verenigingen konden gedurende vijf jaar jaarlijks een dossier indienen om subsidies te verkrijgen.

We verwelkomen het feit dat de minister de intentie heeft om deze structurele financiering voort te zetten.

Tegelijkertijd is hij van plan om jaarlijks de modaliteiten van deze financiering te evalueren. Het tijdstip van de eerste evaluatie zal van cruciaal belang zijn. Op dit moment wachten de erkende organisaties al meer dan zes maanden op nieuws over hun subsidiedossier voor het jaar 2025. De NAPAR Coalitie roept de regering op de lopende procedures te respecteren. De dossiers werden ingediend op basis van een Koninklijk Besluit dat het totale subsidiebedrag, de procedures, de antwoordtermijn en de evaluatiecriteria bepaalt. Het wijzigen van de spelregels tijdens de procedure zou veel verenigingen in moeilijkheden brengen en juridische onzekerheid creëren.

Tijdens de voorstelling van zijn beleidsnota gaf de minister aan dat de evaluatie niet wordt uitgevoerd met het oog op een sanering. Het voorstel van begroting (p.111) leek ook die richting uit te wijzen – het jaarlijkse beschikbare bedrag is even hoog als in 2024 (maar wordt ogenschijnlijk niet geïndexeerd).

(toevoeging eind mei)

Tijdens de bespreking van het budget Gelijke Kansen gaf de minister echter aan dat deze structurele subsidies zouden worden toegekend rekening houdend met de budgettaire context. Een deel van de toelichting bij de begroting (p.72) geeft reden tot bezorgdheid:

De Ministerraad van 14 februari 2025 besliste: “Afbouwen federale subsidies: er wordt een subsidieregister uitgebouwd op basis waarvan er een gerichte screening komt van de subsidies die worden uitgekeerd door de federale overheid. Onder andere de subsidie aan Unia wordt daarin met 25 % verminderd. De minister van Begroting zal een plan van aanpak voorleggen aan de Ministerraad tegen de begrotingsopmaak 2026.”

Tegelijk kan het feit dat er nog steeds geen nieuws is over de subsidies voor 2025, als een verdoken sanering gelezen worden. De kans is immers groot dat er daardoor een onderbenutting van het budget zal zijn: de geselecteerde organisaties zullen amper enkele maanden hebben om activiteiten die gepland waren over een heel jaar uit te voeren.

De minister wil dankzij deze evaluatie de toekenning van de subsidies transparanter en eerlijker maken. Hij gaf ook reeds aan dat “het niet zo is dat de geaccrediteerde organisaties die vorig jaar zijn vastgelegd met het huidige KB voor vijf jaar gewoon verder kunnen doen”.

De NAPAR Coalitie nodigt de minister uit om het middenveld te betrekken bij deze evaluatie. Hieronder volgen al enkele punten die wij belangrijk vinden:

  • Het structurele karakter van deze financiering behouden, met de mogelijkheid van meerjarige subsidies.
  • De Cel Gelijke Kansen de nodige capaciteit geven om erkennings- en subsidieaanvragen op korte termijn te behandelen en activiteitenverslagen sneller te beoordelen.
  • De ontvankelijkheidsvoorwaarde dat de strijd tegen racisme in de statuten moet staan, afschaffen. Het is voldoende (maar wel nodig!) om deskundigheid en regelmatige activiteiten op het gebied van racismebestrijding te kunnen aantonen.
  • De vereisten voor het indienen van dossiers en van eindrapporten niet zwaarder maken.
Discriminatie bij aanwerving aanpakken via controles met sancties

De minister voor Gelijke Kansen Rob Beenders kondigde in zijn beleidsverklaring aan “maatregelen te nemen om de arbeidsmarkt toegankelijker te maken en de diversiteit te vergroten” en benadrukt de voorbeeldfunctie van de openbare dienstverlening in deze.

Tijdens de verkiezingscampagne van 2024 gaven de meeste partijen van de federale meerderheid aan voorstander te zijn van praktijktesten om discriminatie na te gaan bij aanwervingen. De MR noemde bijvoorbeeld in haar programma haar bedoeling “striktere controles en sancties in te voeren voor bedrijven die discrimineren bij de aanwerving”.

De regering als werkgever

Als werkgever van niet minder dan 72.327 personen (2023), heeft de overheid een belangrijke hefboom om het werkgelegenheidspercentage van bevolkingsgroepen die moeite hebben met het vinden van werk, te verhogen.

Enerzijds zou de overheid positieve acties kunnen ondernemen en een audit van haar aanwervingsprocedures kunnen uitvoeren om ervoor te zorgen dat het principe “de beste persoon op de beste plaats” wordt nageleefd. De ondervertegenwoordiging van mensen met een migratiegeschiedenis of mensen met een handicap in de openbare ambt – laat staan in leidinggevende functies – lijkt erop te wijzen dat dit principe niet gerespecteerd wordt.

Anderzijds zou de overheid wel eens de eerste federale regering kunnen worden die de tewerkstellingskansen voor mensen die levensbeschouwelijke tekens dragen, aanzienlijk vergroot. Wat betreft neutraliteit,

  • stelt de overheid dat de leidend ambtenaar een neutrale dienstverlening die als dusdanig ervaren wordt moet garanderen
  • overweegt men om daarom een uniform of een kledingvoorschrift in te voeren.

De opname van levensbeschouwelijke tekens in dit uniform of kledingvoorschrift zou het mogelijk moeten maken om het doel van neutraliteit en werkgelegenheid te combineren, maar ook om een “aantrekkelijke werkgever” te worden die in staat is “competente en gemotiveerde medewerkers” aan te trekken.

Welzijn op het werk

Daarnaast is de overheid van plan om het respect voor haar medewerkers te waarborgen: “Agressie tegenover personeelsleden van overheidsdiensten is onaanvaardbaar en moet vervolgd worden. Slachtoffers van agressie of geweld tijdens de uitoefening van beroepsactiviteiten moeten steeds aanspraak kunnen maken op kosteloze rechtshulp en kosteloze psychologische begeleiding.” Deze passage zou de overheid in staat moeten stellen om racistische en seksistische opmerkingen en gedrag op de werkplek beter te voorkomen.

De NAPAR Coalitie verwelkomt het voornemen van de regering om het coördinatiemechanisme voor de bestrijding van antisemitisme te blijven steunen. De opleving van antisemitisme vereist een krachtig beleid, met name om haatzaaien en haatmisdrijven te bestrijden.

Het zou tegelijk interessant zijn om soortgelijke coördinatiemechanismen op te zetten voor andere vormen van racisme, zoals islamofobie en afrofobie, die ook sterk toenemen.

Deze wetten werden voor het laatst geëvalueerd in 2022. Er werden veel aanbevelingen geformuleerd.

Door in zijn beleidsnota te vermelden dat hij ervoor zal zorgen dat die aanbevelingen worden uitgevoerd, verruimt minister Rob Beenders aanzienlijk de actieradius van de regering in de strijd tegen discriminatie en racisme.


Onze voorstellen voor bijkomende maatregelen

De vorige federale regering had een omzendbrief opgesteld over professionele profilering, zonder het middenveld daarbij te betrekken.


De systematische registratie van politiecontroles (met inbegrip van gegevens over ethnisch-culturele afkomst) en het geven van een ontvangstbewijs met de reden van de controle zijn nodig om etnisch profileren te doen stoppen.


Zowel de NAPAR Coalitie als het Platform Stop Etnisch Profileren zien geen heil in bodycams, omdat de politieagenten zelf kiezen wanneer ze die aan en uit doen.

De bevoegdheden van de overheid inzake patiëntenrechten, de verplichte ziekteverzekering en de regels voor de algemene organisatie van de gezondheidszorg zijn hefbomen om de toegang tot kwaliteitsvolle zorg voor alle bevolkingsgroepen te verbeteren.

Het personeelsbeleid en het algemene beheer van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren dient bijgestuurd te worden. 

Daarnaast start binnenkort het tweede Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst. Ondanks de achterstelling die deze bevolkingsgroep treft in tal van samenlevingsdomeinen, deed België erg weinig in het kader van het eerste Decennium om daar verandering in te brengen. Het tweede Decennium is een opportuniteit om dit recht te zetten.

Vergelijkbare berichten