Actieplannen

Bijdrage Federatie Wallonië-Brussel

Het plan lezen

TRANSVERSALE ANALYSE

Samenvatting

De bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel vertrekt van goede bedoelingen, maar de acties zijn niet erg concreet. In meerdere opzichten lijkt het plan meer op een diversiteitsplan dan op een antiracismeplan. We zullen goed in de gaten moeten houden of de strijd tegen racisme een echte plaats krijgt in de acties rond inclusie of in de algemene aanpak van discriminatie.

Door te hameren op het belang van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging lijkt de regering vooral de instanties die dit plan moeten uitvoeren gerust te willen stellen.

Het hoofdstuk over onderwijs is erg vaag en pakt racistische discriminatie in de studieoriëntatie niet aan.

Een van de belangrijkste maatregelen bestaat uit een antidiscriminatietest waaraan overheidsdiensten onderworpen zullen worden, met de mogelijkheid om sancties te treffen.

Volledige analyse

 

Veel goede bedoelingen, weinig concrete actie

De bijdrage van de Fédération Wallonie-Bruxelles vertrekt van goede bedoelingen, maar het is vaak moeilijk te weten wat er daadwerkelijk zal gedaan worden om racisme te bestrijden.

Ter illustratie citeren we twee acties, en stellen we een concretisering voor:

Media: “Diversiteit in de productie, distributie en programmering van audiovisuele inhoud aanmoedigen”. (actie 57)

→ Voor openbare media: stel kwalitatieve en meetbare streefcijfers op voor inhoud.

→ Voor private media: gebruik de hefboom van subsidies: neem er selectiecriteria in op die verband houden met representativiteit op het scherm en in het personeel.

Onderwijs: “Alle talenten die in de samenleving aanwezig zijn benutten voor werving in onderwijs en opleiding.” (actie 41)

→ Zorg voor een striktere regelgeving en de nodige opleiding om de aanwervingsprocedures voor leerkrachten (hoger onderwijs), directies in het basis- of secundair onderwijs, leden van raden van bestuur, enz. objectiever te maken.

Veel aandacht voor diversiteit en inclusie

In meerdere opzichten lijkt het plan meer op een diversiteitsplan dan op een antiracismeplan: de termen die het meest gebruikt worden zijn inclusie, interculturaliteit, diversiteit en de strijd tegen alle vormen van discriminatie . Dit is op verschillende vlakken problematisch:

  • Racisme heeft een eigen dynamiek, die specifieke oplossingen vereist. Hoewel het bijvoorbeeld belangrijk is om leerkrachten te trainen in het “inclusief omgaan met diversiteit” (maatregel 42), moet hun vermogen om structureel en alledaags racisme aan te pakken ook worden versterkt.
  • Het voornemen om “discriminatie in het algemeen” te bestrijden of inclusie te bevorderen leidt in de praktijk meestal tot maatregelen gericht op gendergelijkheid, de strijd tegen homofobie of de participatie van mensen met een beperking. Wij steunen deze strijden volwaardig. Tegelijkertijd stellen we vast dat de strijd tegen racisme op meer weerstand stuit en daarom vaak gemarginaliseerd wordt in een algemene aanpak van discriminatie.

Het is daarom van wezenlijk belang om meer concrete acties te voorzien die specifiek gericht zijn op racisme, zodat de instanties die de acties in dit plan moeten uitvoeren duidelijk weten wat er verwacht wordt.

Een aarzelende benadering

Verschillende inleidingen op strategische doelstellingen beginnen met een herinnering aan het kader van de vrijheid van meningsuiting. In een antiracismeplan hadden we eerder een waarschuwing verwacht dat de vrijheid van meningsuiting belangrijk is, maar niet absoluut is en moet worden uitgeoefend binnen het kader van de antidiscriminatie- en antiracismewetgeving.

Hetzelfde geldt voor verwijzingen naar de vrijheid van vereniging en de autonomie van de culturele sector. Het lijkt erop dat de regering vooral de verschillende instanties die een verantwoordelijkheid moeten opnemen in de strijd tegen racisme probeert gerust te stellen.

Onderwijs: een gemiste kans

Het hoofdstuk “onderwijs” mist diepgang. Het beperkt zich tot zeer abstracte algemene principes, zonder zelfs maar een begin van een operationalisering.

Op het gebied van studieoriëntatie – een enorm knelpunt voor jongeren met een migratieachtergrond – hadden we preventieve maatregelen verwacht om leerkrachten te helpen hun bevindingen te objectiveren en een gelijke behandeling van alle leerlingen aan te moedigen. De enige acties zijn echter gericht op een ondersteuning van de leerlingen om in beroep te gaan.

 

Belangrijkste maatregelen

 

23/ Overheidsinstanties onderwerpen aan discriminatietests om de neutraliteit van hun diensten te beoordelen en na te gaan of werknemers in overheidsdienst ingaan op discriminerende verzoeken.

Het is positief dat er ook sancties worden voorzien.

Deze maatregel kan bijdragen tot de schijn van onpartijdigheid van de ambtenaren. Het zou dus interessant zijn om het dragen van levensbeschouwelijke tekens (front- en backoffice) terzelfde tijd toe te staan om een objectiever beeld te krijgen van eventuele problemen van partijdigheid die niet per geval konden worden opgelost – bijvoorbeeld door middel van bewustmaking en bestaande disciplinaire sancties.

26/ Het opstellen en uitvoeren van positieve en corrigerende actieplannen om vastgestelde discriminatie te verhelpen.

We vragen dat er kwalitatieve criteria worden opgesteld voor deze positieve acties, dat hun impact regelmatig wordt geëvalueerd en dat ze een criterium worden voor de evaluatie van de teamleiders en HR-afdelingen die verantwoordelijk zijn voor hun uitvoering.

71/ Informatiesystemen over de toegankelijkheid van diensten voor mensen met diverse achtergronden versterken.

Het zal cruciaal zijn mensen met een migratieachtergrond te betrekken bij het verbeteren van de toegankelijkheid.

72/ Het aanbod van bijscholingscursussen voor professionals die werken in de opvang van kinderen uitbreiden met het thema ‘culturele diversiteit’ en de wederzijdse leerkansen die ze biedt.

Er moet ook een specifieke module over de aanpak van structureel racisme worden voorzien.

48/ De opname van (de)kolonisatie, slavernij en de geschiedenis van migratie in de referentiekaders en curricula van het officiële onderwijs.

Dit houdt in dat er criteria worden toegevoegd met betrekking tot

  • de kwaliteit van de pedagogische aanpak
  • de betrokkenheid van experten met een migratieachtergrond
  • de tijd die aan dit thema wordt besteed.

75/Opstart van een denkoefening over dekolonisatie/postkoloniale reflectie/het werken aan koloniale herinnering, waarbij de vraag wordt gesteld naar het verband tussen de rol van cultuur en het beheer van de koloniale erfenis.

De overheid lijkt zich te beperken tot bewustwordings- en denkoefeningen. Dekolonisatie vereist echter concrete acties met impact op de praktijk. In het bijzonder streefcijfers en positieve acties voor de Raden van Bestuur, Algemene Vergaderingen en de directies van culturele instellingen.

78/ Vooroordelen bij aanvragen voor cultuursubsidies vermijden, zodat ze voor iedereen toegankelijk zijn.

De uitvoering van deze actie moet met name gericht zijn op

  • een meer inclusieve samenstelling van de jury’s
  • een inclusief communicatiebeleid
  • specifieke steun voor groepen wiens verenigingen ondervertegenwoordigd zijn op vlak van kandidaatstelling voor en goedkeuring van subsidieaanvragen.

79/ Betere vertegenwoordiging van mensen met een migratiegeschiedenis in evaluatiecommissies.

Zonder positieve actie zal deze actie haar doel missen. Het zal ook nodig zijn om ervoor te zorgen dat mensen met een migratiegeschiedenis die deelnemen aan de evaluatiecomités een echte plaats krijgen in het besluitvormingsproces, op vlak van spreektijd, enz.

49/ Onderzoek naar representativiteit (beeld van mensen met een migratieachtergrond) in de media.

Concrete acties om de representativiteit te verhogen en de beeldvorming bij te stellen zijn nu reeds nodig, zonder de resultaten van de studie af te wachten. De ondervertegenwoordiging en overwegend negatieve beeldvorming van/over mensen met een migratiegeschiedenis in de media zijn immers een feit. De studie zal vooral interessant zijn om de omvang ervan te verduidelijken.

52/ Richtlijnen voor journalisten over het gebruik van inclusieve taal.

Deze richtlijnen kunnen helpen om stereotypen en vooroordelen te verminderen, zolang ze regelmatig onder de aandacht van de journalisten worden gebracht.

62/ Binnen het kader van de vrijheid van vereniging moedigt de Federatie Wallonië-Brussel jeugdsector aan om de diversiteit van jongeren in de structurele vertegenwoordigings-organen voor de jeugd te bevorderen.

We vragen om deze maatregel concreter te maken door de financiering van deze organen afhankelijk te maken van het vastleggen van streefcijfers, het voeren van positieves acties en acties om structureel racisme te bestrijden.

89/ Een strategie bepaken voor het melden van racisme in de sport en 91/ Specifieke ondersteuning voor de opvolging van meldingen.

Deze twee maatregelen zullen racisme in de sport zichtbaarder maken en de doelwitten van racisme ondersteunen. De mensen die meldingen opvolgen, zouden baat hebben bij training over de specificiteit van structureel racisme.

Vergelijkbare berichten